Terug naar hoofdinhoud
Bijeenkomst

Digitale stadsontwikkeling draait meer om vertrouwen dan om technologie

De woningbouw, de energietransitie, mobiliteit en klimaatadaptatie vragen om keuzes die elkaar raken. Data, digitale modellen en digital twins kunnen helpen om die samenhang zichtbaar te maken. Deze instrumenten vinden nog beperkt hun weg naar de dagelijkse praktijk. Tijdens het seminar Urban Planning Reimagined (23 september TU Eindhoven) stond daarom vooral de vraag centraal: hoe organiseer je samenwerking zo dat digitale stadsplanning ook echt bruikbaar wordt?

Pieter van Wesemael, hoogleraar Urbanism and Urban Architecture aan de Technische Universiteit Eindhoven, plaatste Urban Planning Reimagined in de ontwikkeling van het regionale innovatie-ecosysteem. De economische groei van de Brainportregio vergroot de druk op wonen, mobiliteit, energie en groen. Tegelijkertijd blijken bestaande manieren van plannen te traag en te versnipperd om die opgaven in samenhang aan te pakken. Ook vraagt de stapeling van ruimteclaims van wonen, energie, mobiliteit, economie en groen om een meer integrale manier van plannen.

Digitale stadsplanning vraagt langjarige samenwerking

Daarom ontstond in deze regio het Urban Development Initiative. Dat is een langjarige samenwerking tussen onder meer gemeenten, kennisinstellingen en bedrijven. Daarbij werd bewust niet gekozen voor een tijdelijk project, maar voor een vast innovatieteam en een community of practice. Een community of practice is een lerend netwerk van professionals die vanuit verschillende organisaties samenwerken aan een gedeelde opgave. In dit geval vanuit de overheid, de advieswereld, vanuit ICT en vanuit onderzoek. Ze ontwikkelden en testten zo samen een nieuwe werkwijze.

Wat is Urban Planning Reimagined?

Urban Planning Reimagined (UPR) is een initiatief van het Urban Development Initiative (UDI) in de Brainport regio dat werkt aan een nieuwe aanpak voor integrale stadsplanning. Het programma verbindt ruimtelijke ontwikkeling, data, digital twins en besluitvorming, zodat de effecten van keuzes voor wonen, mobiliteit, energie en leefomgeving eerder en beter inzichtelijk worden. Meer lezen.

Landelijk netwerk van proeftuinen

De eerste fase leverde een proof of concept, een manifest en een stabiel netwerk van samenwerkende organisaties op. In de volgende fase wordt de methode toegepast binnen de gemeentelijke organisatie en bij concrete planprocessen. Van Wesemael ziet daarnaast kansen voor een trainingsprogramma en een landelijk netwerk van regionale proeftuinen.

Michiel Oomen, innovator integrale en digitale stadsplanning bij de gemeente Eindhoven, maakte duidelijk waarom een digitale voorziening alleen niet genoeg is. Urban Planning Reimagined draait volgens hem om een nieuwe manier van werken. “Digitalisering ondersteunt die verandering, maar is geen doel op zichzelf.”

De gemeente Eindhoven wil statische ruimtelijke plannen brengen naar een dynamisch ontwikkelperspectief. Daarin zijn keuzes op stads-, gebieds- en projectniveau continu met elkaar verbonden. Dat vraagt zowel om structuur als om het organiseren van integraliteit. Kortom, de techniek is beschikbaar, maar zonder organisatorische randvoorwaarden, gedeeld eigenaarschap en bestuurlijke steun blijven de mogelijkheden onbenut. Oomen formuleerde het zo: “Structuring is the enabler, organising is the key.”

Succesfactor: samenwerking tussen disciplines

Daarom werkt Eindhoven met een team van professionals uit verschillende beleidsvelden, een begeleidingsgroep van senior managers en een bredere community. Wederkerigheid, begrip, bestuurlijke sensitiviteit en vertrouwen vormen daarbij volgens hem de basis. “Vertrouwen is moeilijk op te bouwen en snel beschadigd”, waarschuwde Oomen. Aansluitend ging zijn metafoor over tuinieren. “Innovatie kun je niet afdwingen door harder aan het gras te trekken. Je kunt wel zorgen voor vruchtbare grond, goede begeleiding en ruimte om nieuwe werkwijzen te laten groeien.”

Vanuit de marktpraktijk sloot Thomas Thunnissen, directeur Business Development bij Heijmans, daarop aan. “Gebiedsontwikkelingen duren vaak vele jaren. In die periode veranderen regels, bestuurders en maatschappelijke inzichten. Versnellen is dus nodig, maar heeft weinig zin wanneer slechts één partij haar eigen proces optimaliseert.”

Waarom standaarden en data cruciaal zijn

Ook betrouwbare en bruikbare data zijn bij projecten niet vanzelfsprekend. Thunnissen: “Wie beheert de gegevens, hoe actueel zijn ze en welke bron geldt als uitgangspunt? Zonder gedeelde afspraken ontstaan nieuwe vertragingen. Voor marktpartijen is het bovendien lastig wanneer iedere gemeente eigen standaarden en werkwijzen hanteert.” Thunnissen pleitte daarom voor gezamenlijke investeringen in processen, standaarden en relaties. De opbrengst daarvan is niet altijd direct zichtbaar in de realisatie van één woning of één project. “Maar op langere termijn leidt die investering wel tot meer en betere woningen.”

Arjan Spruijt, coördinator van de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling en coördinator Datagedreven Gebiedsontwikkeling binnen het DMI-ecosysteem, verbond de regionale ervaringen aan de landelijke aanpak. Integrale digitale stadsplanning is inmiddels een van de zes werklijnen van de Samenwerkingsagenda. “De volgende stap is om lokale innovaties in andere steden toe te passen, op te schalen en te verankeren in beleid, investeringen en werkprocessen.”

Gedeeld referentieproces voor integrale digitale stadsplanning

Daarvoor is een gedeeld referentieproces nodig. Op verschillende momenten in de ruimtelijke ontwikkeling moet duidelijk zijn welke beslissing voorligt en welke minimale informatie daarvoor nodig is. Bestaande informatiemodellen voor gebouwen (MiniBIM) en gebiedsontwikkeling (MiniGIM) kunnen worden aangevuld met een methodiek voor planning op stedelijk niveau (MiniSIM). Een stad is immers meer dan de optelsom van afzonderlijke projecten.

Urban Planning Reimagined biedt daarbij volgens Spruijt het raamwerk voor de verbinding van die drie onderdelen. “Immers, de methode koppelt het ruimtelijke proces aan data, digitale ondersteuning en nieuwe vaardigheden. De ambitie daarbij is om integrale digitale stadsplanning dagelijkse praktijk te laten worden.”

Van gedeelde taal naar gedeelde praktijk

Onderzoeker Shervin Azadi van de Technische Universiteit Eindhoven onderzocht waarom digitale hulpmiddelen voor stadsplanning vaak blijven steken in pilots en demonstraties. Waarom blijft toepassing in de dagelijkse praktijk achter? Volgens hem ligt de kern van het probleem in versnipperde werkwijzen, schotten tussen disciplines en onvoldoende samenhang tussen schaalniveaus en organisaties. Zijn onderzoek richt zich dan ook op de vraag hoe je digitale technologie en stedelijke planvorming beter met elkaar kunt verbinden.

Beginnen met gedeelde taal

Daarom ontwikkelde hij een sociaal-technisch raamwerk waarin samenwerking zich stapsgewijs verdiept. Partners beginnen met een gedeelde taal. Daarna ontstaat een gedeeld begrip van elkaars werkwijze, belangen en verantwoordelijkheden. Uiteindelijk kan dat uitgroeien tot een gedeelde praktijk. Daarin worden kennis, data en digitale hulpmiddelen gezamenlijk ingezet bij stedelijke besluitvorming.

Het seminar vormde de opmaat naar een bijzondere dag voor Azadi. Later die middag verdedigde hij zijn proefschrift Augmented Urban Planning, waarin hij zijn sociotechnische raamwerk voor stedelijke planning beschrijft. Daarmee promoveerde hij aan de TU Eindhoven. Zijn onderzoek krijgt een vervolg waarbij de methode verder wordt ingebed en getest in de gemeentelijke praktijk van Eindhoven.

De belangrijkste innovatie is samenwerking

Tot slot: Urban digital twins kunnen scenario’s visualiseren en besluitvorming ondersteunen. Maar de werkelijke innovatie zit in het vermogen om er samen mee te werken. Om te komen tot een nieuwe digitaal ondersteunde dagelijkse praktijk in ruimtelijke planning. De bijdragen in Eindhoven lieten zien dat dat niet begint bij een nieuw systeem. Het begint bij professionals die bereid zijn elkaars taal, praktijk en belangen werkelijk te leren begrijpen. Immers, de belangrijkste innovaties komen vaak niet voort uit technologie, maar uit samenwerking tussen mensen en organisaties.

Lees meer over het thema gebiedsontwikkeling op de site van DMI.